October 1916
Alice,In meer dan 200 brieven schrijven vluchtelingen en soldaten uit Geluwe en Beselare naar Alix Vandamme, 20 jaar en oudste dochter van Jules Vandamme over hun ervaring met de wrede oorlog. Meer dan honderd jaar geleden, toen er nog geen mailbox of digitale correspondentie bestond waren er de brieven als haast dagelijkse ervaringsuitwisseling tussen generaties, families, vrienden. Soms liggen die vergeelde brieven jarenlang tot een eeuw in een stoffige verhuisdoos wachtend op een lezer.
TER INLEIDING
Deze 90 brieven zijn geschreven aan mijn moeder op de vlucht met haar ouders, broers en zussen diep in Frankrijk. Per geluk na moeders overlijden op zolder gevonden, werden ze ontrafeld, gelezen en herlezen, gesorteerd en verwerkt tot in een soms ontroerend verhaal in een niet meer te vergane digitale blog.
Het is het verhaal van mijn moeder als een 20 jarige dochter van “Pee” van de Roobaert ( 50 j. ) met zijn vrouw ( 45 j. ) , zijn dochter Marguerite ( 19j) en twee kleine kinderen Georges ( 4j) en Antoinette ( 2j.) Zoon Achiel , 16 jaar, werd opgeroepen in het leger en stierf aan de typhus opgelopen in de tranchés. ( Zie achiuelvandamme.blogspot.com ), Martha, 19 jaar was bij haar meester als dienstmeid gebleven en mee met haar patron op de vlucht in Duitsland. ;Vier jaar was zij lang zoek geraakt.
De brievenschrijvers; soldaten, familieleden en vrienden uit de streek zijn treffende getuigen over de miserie , angst en het oorlogsgeweld met heel wat wensen op hoop naar vrede en terugkeer .
Volg dus geregeld deze blog: vluchtelingenpost.blogspot.com
maandag 11 januari 2021
Marie Vanmeenen: Niet te klagen van Theophiel
Tranchées van Gheluveld, naar Gheluwe, Dadizele, Menen, Wervik
Op 8 oktober 1916 schrijft Maria Vanmeenen van uit Caumont
Lieve vriendinne Alix,
Wij hebben oover 8 dagen een brief ontvangen van Petrus Coene en hij schrijft ons dat er daar een man toegekoomen is uit belgie die 9 maanden tranchees gemaakt heeft voor de duitschen en hij weg gevlucht is al Holland en toegekoomen is in 't fransche.
Gij weet waar dat de hofsteede staat van Jules Soen ten is maar de keuken die af geschooten is maar in de weide err achter het of licht het vol met duitsche lijken begraven en al het vlasch en tabak hebben zij genoomen om in de tranchees.
Hij heeft altijd tranchees gemaakt van Gheluvelt naar de koelenberg en van daar naar Gheluwe, Dadizeele en Meenen en Wervik. Als wij gaan weeder keeren zullen wij ons niet meer erkennen. Zecht dien man: als de weegen en straeten zijn verhandert en den tram loopt nog tot aan den koelenberg en al de huizen en bosschen zijn al plat geschooten van Yper tot Dadizeele.
Alix ge kunt peinzen wat wij nogal zullen vinden als wij zullen weeder keeren. Als wij nog eens moogen naar belgie gaan wat zullen wij moeten vertellen als wij bij elkander koomen wat wij al gezien hebben in ons ballingschap.
Beminde vriendinne, er stont geen naam op den brief van dien man die uit gekoomen is uit Holland maar als wij nog een brief hebben van Petrus Coene er zal mischien nog meer nieuws staan.
Wij hebben gezien in de Vlamsche gazette van zondag laatst dat er nog geen schade is van Dadizeele en Leedeghem naar Moorsleede, Passendaele en Becelaere en van Gheluwe stont er niet van in.
Beminde vriendinne wanneer zullen wij nog ons huis weeder zien en zijn gelijk voor den oorlog, nooit meer nietwaar. Zij zullen maar staan van oorlogen als de menschen al dood zijn.
donderdag 7 januari 2021
Brief van vriend soldaat Vandelannoote
![]() |
![]() |
Brief van uit Watou van Jules Huyghe
Alix, de jongens van onze streek komen dikwijls naar Watou ik kan nog veel klappen met die mannen van bij ons.
Alix ik heb al dikwijls gehoord dat ge nooit thuis zijt, als ge schrijft zegt als het waar is of niet. Zegt ook aan uw ouders dat Bostijn waar wij geweest zijn nog in Poperinghe is en Cyriel ook soldaat is.
Jules Huyghe te Watou Belgie
woensdag 6 januari 2021
Typhus en slachtoffers in de grote oorlog te Geluwe en Beselare
Vrouw Maria Vanmeenen vriendin en gebuur op de Molenhoek te Geluwe schreef:
Alix,
Ik weet niet als gijder al weet dat er zooveel van Becelaere dood zijn van de ziekte: Alida Desmet van den Oosthoek en meester Deleu en Maurice en Elizsa Samijn en de vrouw van Camiel Samyn en Marie Calies die getrouwt is met Ernest Masschelein en haar kindje ook en de vrouw van Fleeters en de kleermaakster van Gardein van de Molenhoek en de dochter van Jan Beekaert en Loise en Martha Boestin van aan de herberg De Congo en Camiel Sensfeeres (?) en Charles Wostijn en zijne vrouw en Marguerite Herman en Camiel Degrave .
En de zoon van Jules Soete is ook al dood geschoten en Jules Deltour van bij ons huis is dood geschoten van de Duitsche omdat hij van zijn hof niet wilde gaan . En Theophiel Kotenie en Camiel Viliesch (?) zitten prisonnier in Duitschland. Zij hebben geschreven naar Paul Degryse achter geld en eeten.
Wij hebben ook vernomen van de broeder van Jean Bintein dat de typhus zo sterk in Gheluwe zijn. De man van Marie Vanmeenen is ook dood en zijn broeder ook die getrouwt is met de dochter van Charles den timmerman.
Ik weet niet als gijder al weet dat Bruno Soens dood is en dat onnoozel kind ook en de vrouw van Petrus Verkinder is erg gekwest geweest in Yper en de knecht van d'hulsters is ook dood in Yper van een bomme en de vrouw van Lampaerts is ook dood en zijn twee dochters en de knecht van Charles Nuytten van de Gheluwe molenhoek en drie dochters van Charle Puypens van den Groenendael, deze zijn dood in het hospitaal van St Omer en de knecht van Engelbeens is ook dood van de typhus. Alice ge kent hem zeeker wel die te vrijen ging naar de dochter van August Vannoote.
Wij hebben hoover 8 dagen een brief ontvangen van uit St. André bij Rijssel van die menschen waar Irma is. Ziehier wat daar opstond in gedrukte letters. Wij zijn nog allen in goede gezondheid en Irma ook. Het is al van oktober dat het hier vol soldaten is maar het zijn Duitsche en alles is dier om te koopen. Er heeft nog eenige weeken geweest dat wij bijna geen eeten konden krijgen met het geld in ons hand maar nu is alles goed rustig. Wij krijgen nu eeten van Amerika en wij hoorden schieten maar het is van verre.
En Irma heeft al dikwijls brieven gezonden naar Beselaere maar nooit geen nieuws weeder ontvangen. Zij weet niet dat wij gevlucht zijn.
Charles Desein van Terhand heeft ook nieuws gehad van zijn knechten die nog thuis zijn dat alles goed gaat op Gheluwe en Cyriel Herman van de molenhoek is dood in Dadizele en Farielde Herman en Pieter ook in Dadizele bij hunne famille. En de kerke diend voor magazien en in Gheluwe de kerke diend voor paardenstal.
Het brood die voor den oorlog verklocht was in aan 35 centiemen Gheluwe is nu 2fr en de petrol 5 fr. de liter en den tabak ook 5 fr. de kilo. Myttenaere de melkboer van Gheluwe heeft al tabak gaan alen om te verkoopen aan de Duitsche soldaten.
En aan de tram die loopt van Dadizele naar Becelaere staan overal aan de groote roeten wegwijzers Berlin Paries. Als we moogen naar huis gaan wij zullen moeten kijken.
Aanvaard mijne beste vrienden de groeten van vrouw Vanmeenen en ook nog de groote complimenten van vader en moeder en zusters en kinders.
Tot later en een antwoort weeder.
Ik peinze op mijn huis en mijn goed niet meer als Theophiel mag weeder keeren. Het is al wat ik vrage. Wij gaan dan een grooten drinken.
dinsdag 5 januari 2021
Dertien honderd doden en gekwetsten in Boezinge
Brief van Maria Vanmeenen op 16 augustus 1016
![]() |
Theofiel heft een brief gekregen van de zoon van Alfons Talpe en hij heeft vernomen van Albert Demyttenaere dat de vrouw van Mijnheer Vuylsteke gaat weeder keeren nar Gheluwe en de vrouw van Jules Gheschiere van aan Terhand ook. Men schrijft dat er in Gheluwe nog geen gebrek is aan eeten maar in de steden is het veel slechter en is er geen brood en de menschen hebben geen land om aardappelen te planten en dat er andersins geen te krijgen zijn
Brief van een soldatenvriend
maandag 4 januari 2021
Over Theophiel Vanmeenen
Mevrouw Vanmeenen schreef
Beste Alice iets hoover theophiel.
Gijder heeft hem nog best gezien als gijder nog in Vlamertinghe bij ons was. Hij heeft dan voort gegaan en ik heb nooit geen nieuws meer geweeten. Ik heb er tweemaal achter gaan zoeken,. Eerst naar Veurne en dan naar Dunkerke. Dat was tweemaal dat zijn regiment daar was maar Theophiel was daar niet te ziene en zijn cameraden zeiden dat hij weg was uit de trancheee voor mij zegden zij hij is zeeker prisonier. ( Zij zegden aan mij: hij is zeker prisonnier)
Wij hebben dan nar Zwitserland geschreven naar het Roode Kruis. Ik hadde seffens antwoord weeder dat hij niet vindelijk was. Ik zegde teegen moeder: Theophiel is zeeker dood.
En als wij in Calais waren in de school er waren daar gendarmes en ik vroeg al zij niet wisten waar dat er hospitaal waren met zieke soldaten en zij wisten van niet. Ik ben seffens naar de statie gegaan waar de soldaten toekwamen in het Roode Kruis
Ik heb daar gevraagt achter Theophiel Vanmeenen. De doktoor zegde teegen mij is dat uwen man en hij ging naar den schrijver met het adres van Theophiel. Ja zegde hij uwen man is hier in het hospitaal. Ziehier het adres van de strate. Ik ging er naar toe. Als ik daar kwam, ik vroege achter hem. De zuster zegde gij zal er moogen bijgaan voor vijf minuten. Ik zegde gaat hij mischien dood gaan. Neen zegde de zuster maar uwen man heeft den tryphus en het is gevaarlijk. Ik ging naar boven naar zijn zale. Alice ge kunt wel peinzen hoe wij alle twee moesten krieschen ( wenen) als wij elkander zagen. Ik herkende Theophiel niet meer, hij weegde maar 25 kilo meer.
Hij heeft drie maanden in Calais geweest en twee maanden in het camp van richard (?) voor zijn gezondheid en dan heeft hij voor 7 dagen bij mij moogen koomen en dan is hij weeder moeten naar het front gaan en nu over 14 dagen heeft hij weeder moogen koomen voor 9 dagen. Hij was in Engelsche kleederen. Ze zijn nu aan De Panne voor een maand in repos.
Alice, gij zal zeeker ook nog een Onze Vader doen voor Theophiel omdat hij zouw moogen weeder keeren want als hij in de tranchees zit is hij maar 20 meeters van de duitsche. Ze zijn maar met 65 mannen meer van Theophiels klasse.
zondag 3 januari 2021
Verslag uit verblijf in Caumont.
Van uit Caumont schrijft Maria Vanmeene, gewezen buurvrouw.
Caumont den 9 september 1915
Zeer lieve vrienden,
Wij zijn ten uitersten tevreden van uwen brief te ontvangen. Ik hadde al dikkes gezegd teegen moeder: waar zouw Jules Vandamme nu zijn. We hadden al dikkels gezegd: die menschen zijn zeeker vergaan op zee dat wij nooit van niemand kosten weeten waar gijder was.
Lieve vrienden, ik zal nu seffens onze tegenkomsten vertellen. Gij weet wel als wij tesamen aan de Roobaard woonden dat ik geen leugenaere was, als gijder van ons voort gegaan zijt van Vlamertinghe wij hebben eenen brief ontvangen. als gijder in Calais was en dan nooit geen nieuws meer. Wij hebben daar nog vijf weeken geweest in de ..... Het koste niet meer gaan. Als er iets weg was het was wijder die het gepakt hadden al van niet weeten. En dan zijn wij aan het tende ( op het eind) gegaan tot den 28e februari. En wij ziende dat den oorlog nooit veranderde zijn we naar Poperinghe naar de trein gegaan en van daar naar Calais. Wij hebben in Calais vijf dagen in een groote school geweest en daar was het vol vluchtelingen en we zijn 's avonds naar den trein moeten gaan. Wij hebben een nacht en een dag op den trein moeten zitten en we zijn toegekomen in Bayeux waar wij nog een nacht hebben meteen blijven en dan 's morgens met de tram naar Caumont. Waar wij hier zijn wij zijn met drie famillie van Becelaere: Paul Deprez en Irene Nuyttens en wijder en een van Wervik en eens van Zillebeke, een van Ryssel en drie van Charleroi.
Beste vrienden, in het eerste dat wij hier waren, wij hadden maar 1fr.mar er heeft seffens klachte gedaan geweest bij de prefect en dan hebben wij ook 1,25 fr. gehad.
Ik kunne het ook niet genoeg vertellen wat voor een streek het hier is. Wij moeten hier niets anders drinken dan sieder van onzen huismeester zooveel als wij maar drinken kunnnen maar het is zoo goed niet of bier.
Beste vrienden, als wij hier toekwamen peinsden wij dat wij tenden de wereld waren. Ik heb nog nooit van mijn leven geen verarmoeder streeke gezien. Er zijn hier geen stooven. Zij doen hier niet anders dan vier maken met houd. Wij hebben ene heel maand niet anders gedaan dan houd gaan rapen naar de bossen. Ik en vader en Suzanne en Marguerite wij gingen bijna dood van de koude.
Het is nu al vier maanden dat wij allen in werke zijn: vader werkt bij de hovenier aan 7fr. daags en eeten, Marguerite is bij den boer aan 1fr daags en eeten en Suzanne is maarte bij een die vis verkoopt aan 35 fr. per maand en ik en moeder hebben niet anders gedaan of in het hooi moeten werken aan 1,25 fr per dag en eeten en de kinders hadden ook eeten. Het was bij den huismeester. het is een kasteelboer en wij moesten geen pacht betalen. Het zijn bijzonder brave menschen. Binnen vijf weeken gaan wij niet anders moeten doen dan sieder appels rapen.
Beste vrienden, als wij hier toekwamen, wij hadden bijna geen kleedren meer en wij hebben een bitje gehad van het een en het ander. Er gaan er alhier niet dood gaan van niet te geeven maar als wij kleedren noodig hebben, wij moeten naar Bayeux gaan , er is daar een belgisch magazien en wij mogen daar vragen wat wij noodig hebben en daarmee zijn wij al verbeterd in kleedren.
....
Van Russen, Australiers , Canadezen en ...bastaards
Op zondag 30 april 1916 schreef Maria Vanmeenen
Beste vrienden,
Ik meende dat ik u misdaan hadde omdat gij mij zoo lang wachte van weer te schrijven. Alice, wij hebben vandaag ook een brief ontvangen van Cyriel Soenen en zij zeggen dat er zoveel russensche soldaten zullen toekomen en dat er al veel toegekomen zijn van Oostralie en ook veel canadeezen.
Als men dat al hoord men zou peinzen dat de wereld ten einde is. Alice, het is waar gelijk gij zegd wien hadde het een gedacht als zij allen binnen geroepen waren. Wij mochten wel denken dat zij in vier dagen gingen weeder zijn. Het zal vier jaar zijn voor deezen die nog leeven want eer het zal eindigen er zullen nog veel menschen hun leeven verliezen.
Alice, er zijn al drie dochters van Jules Samains die een klein gekocht hebben. Dat is de broeder van Oktavie Dewulf die aan de Keyberg woonde. er is daar een grote wasscherij op Dranouter waar het vrouwvolk wascht voor de engelsche.
Ik weet al een van Becelaere, die getrouwt is met eene engelsche soldaat ,de dochter van de herberg De Korte Keer
Er zijn bijna geen ander meer of ze moeten een kleinen hebben. Alice, ik ben ook kontent dat wij in het fransche zijn want achter den oorlog zullen er maar weinig goede manieren meer zijn want het zullen al verbastadeerde zijn dat er is met engelsche fransche en belsche.
Alice het is als madam Gryson schrijft wij hooren niet anders van de jonge dochters. Er zullen geen andere meer weer keeren naar Becelaere.
vrijdag 1 januari 2021
Belgische vluchtelingenmissie in St. Omer
Van uit St. Omer meldt Odile Lameire op 23 november 1915
Beste vrienden,
Gelijk ge op een van uw voorbije brieven gevraagd heeft naar ons portret profiteer ik er van om eene te zenden. Zoals ge ziet gaat het ons allen om ter gezondst.
Om over den oorlog te spreken is het spreken niet meer waard, alle dagen van langs om meer menschen dood. De menschen die nog woonden rond den Brandhoek tot in Vlamertinghe zijn verleden week alle moeten vluchten en voor mij in plaats van beteren, het verslechtert.
Er is hier een Belgische Missie en met den winter hebben ze zeer vele kleederen uitgedeeld. Ik voor mij heb eene schoone costume gehad voor den zondag, eene klak en eene sjerp. Adeline en moeder hebben bijna niets gehad..
Maandag laatst kwam ik een bende Becelaerenaers tegen in stad. Allen die kwamen zien voor kleedren. 't Zij Jules Samain, Pirot Soete, boer Deleu van bij den Nachtegael, den baas van den Keiberg en zijn schoonzoon Storme, Charles Hollevoet (Oosthoek).Zegt dat ze keken als ze mij zagen met dien brouwers kamion.
Er is hier tot Wisque een soort gesticht van Belgische kinders op 6 km van St. Omer. Ik heb gaan zien en er de 2 jongste meisjes gevonden van Louise Cornette, ook 2 van Gheluwe en vele van Zonnebeke. De jongens zijn daar toch zoo wel gedaan en wel gekleed. Mijne nichte van Gits die nonne is leert en verzorgt daar de jongens met nog 8 andere want er zijn meer dan 150 jongens. Ik was wel verwondert van haar daar te vinden. Ik wist niet waar zij was mijne nichte.
Ik ben altijd voort in de brouwerij en stel het zeer wel niettemin het begint winter te worden en dat brouwersknecht is dan eenen deerlijken stiel is. Maar wat wilt ge als we thuis waren we hadden beter leven dan de kasteelheren en nu slaven voor lange jaren. En al door dien grooten Duitschen dikkop. En voor mij daar niet veel aan denken en goede courage hebben is het beste. En ik twijfel niet of het met u ook alzo is.
De verleden week heb ik eenen brief ontvangen van Kuypers. Zij stellen het voort wel , alsook Armand Duthoi die nog altijd in Parijs is.
Uw toegenegen vriend Odile
Een certificaat voor mijn maat.
Soldaat kozijn Albert Verbeke schreef op 9 september 1915
van uit de Depot de Convalescents in Pourville bij Dieppe
" Beste nichte Alix,
Met deze laat ik u weten de staat van mijne gezondheid. Ik
ben nog altijd in goede staat en verhoop van hunder allen het zelve.
Nu Nichte ik zal u nu iets vragen als het kan zijn wilt mij dat plijzier doen.
Ik mag in kongee gaan naar mijn
huis maar ik weet nog niet wanneer en er
is hier eene bij mij die zou geerne meekomen naar mijn huis maar men moet een
certificaat hebben voor in kongee te gaan. Ik heb een van mijn huis en had diene mensch eene koste hebben van u, ge zou mij en
hem daar mee een groot plijzier doen. Hij zou dan ook mogen meekomen. En dan in
het weerkeeren zouden wij ne keer naar uw huis komen.
Nu Nichte dat is een briefke van den burgemeester dat men moet hebben dat er daar famille of kennisse woont op die parochie.
Gij zout maar moeten vragen aan uw vader als hij dat zou willen doen voor mij. Ik zou liever met mijne maat komen dan alleen. Daarom vraag ik dat aan u en als het kan mijn Nichte doet dat plijzier voor dienen mensch .
Ik zou wel schrijven naar mijn huis achter nog een maar ik heb er al twee get (gekregen). Diene burgemeester zout altemee geen meer willen geven en alzo als ik een kan krijgen van u dan mag ik ook een keer u komen bezoeken.
Dat is ne zekeren Jules Deman van Wervik. Hij heeft nog bij mij gewerkt aan de Leie en hij heeft ook geblesseert geweest en hij heeft geen famille ier in Frankrijk dat hij weet. En diene mensch zou ook geerne ne keer in kongee gaan. Alzoo zout hij kunnen in kongee gaan als ge dat wilt doen.
Nu Nichte ge moet weeten dat oorlog is en als ge ne mensch kan alzoo een plijzier doen dat wij u dan ook
kunnen een weeder dienst doen als het noodig is. Het is dan gelijk waarmee.
Nu beste Nichte zegt tegen uw vader als hij gaat naar den
burgemeester dat hij maar moet zeggen dat Jules Deman famille is van hem. Hij
zal dat wel krijgen en wij zijn dan alle twee op goe voet om in kongee te gaan
en we zullen hulder heel ons leven geerne zien " …..
donderdag 31 december 2020
Van bommen en granaten
Van uit St Omer schrijft vriend Odile Lamaire op 6 september
1915
Beste vrienden,
Ge zijt misschien verwondert dat wij weederom zoolang
blijven van te schrijven maar tevergeefs vergeet het spreekwoord niet: geen
nieuws is goed nieuws. En zoo is het ook met ons, wij zijn allen ten uitersten
gezond. En stellen het voort wel.
‘k ben nog altijd in de brouwerij. Ik denk nu moest Theophile Nuytten bij mij geweest zijn,
we gingen toch lachen in ons verdriet.
We hebben van gedacht geweest te vertrekken voor enige
weken. Te midden van de nacht kregen wij het bezoek van Duitsche vliegmachienen
boven de stad. Ze hebben nogal veel bommen geworpen en vele schade gedaan en verschillige
burgers gedood. Zelfs is er eene gevallen 3 huizen van waar wij wonen en het
huis is gansch vernield. Ge kunt wel denken dat wij benauwd waren. De Engelsen
hebben van ‘s anderen daags grote canons geplasseerd om ze te verjagen en
sedert hebben we geen meer gezien. En alles is weederom gerust gelijk van te
voren want het ware vreed nietwaar, reeds een jaar vluchten voor de bommen en
nu nog dood geschoten worden.
Er is hier van langs om meer geweld van troepen surtout van
Engelse troepen. Ze lossen hier alle weke 2 en 3 schepen gekwetsten. Zonder
deze die komen met de autos en de treins, bijna allen van de kanten van Arras,
La Bassée en van Yper. ‘t Is triestig om te zien uit die schepen halen, den
eenen met een arm af, den andere met een been weg en al voor dien grooten
Duitschen moordenaar. Er is nu overal
veel gevochten maar geen vooruitgang. ’t Is voor al de menschen dood en alles
plat te branden.
Yper bestaat niet
meer en ze zijn nu bezig met Vlamertinghe, Poperinghe en al de andere gemeenten
te beschieten. Ik heb ook vernomen dat de bovenkant van de plaats van Becelaere
gansch afgebrand is. Het is Omer Bouchenooghe en Th. Stratsaert die het
geschreven hebbben. Ze zijn in Bretagne tussen Parijs en waar gij woont.
Typhus in de streek met doden en zieken.
Van uit Abeele ontvingen zij deze eerste brief van hun vriend Odile Lameire
Abele 3 februari 1915
“ Het heeft me zeer verwonderd te vernemen van Paul dat ge weg waart naar Frankrijk maar niettemin hebt ge nog een goed gedacht gemaakt want ik vind voor mij hoe langer alhier blijven hoe meer miserie.
In drie weken is het volk van onze streken zeer verminderd, zowel rijk of arm
.
In Beselaere is den dokter met zijn vrouw en kinders weg van de eerste weken , ook Jules Casier en familie van bij de kerk, en bijna al de domestieken van de burgemeester .
De menschen hebben altijd courage en geld gehad tot nu toe en eens dat alles weg geraakt geven de menschen om niets meer. en laten ze zich gemakkelijk wegvoeren.
Alhier is bijna geen gemeente of de typhus bestaat onder de burgers gelijk onder de soldaten en velen sterven er van. Er zijn reeds vele menschen van Becelaere begraven: Paul Haverbeke en Charles Woestijn en zijn vrouw ( schoonouders van Ernest Dewulf) .
Deze zijn 17 uren verscheen ( na een) dood en dezelfde dag begraven.
In Vlamertinghe is er Frans Desmedt van den Oosthoek, en van bij ’t onzent Hélène Denys (24 jaar), en Thérèse Buyse’s kind. Theofiel Soenen is berecht geweest maar is nu aan de betere hand.
Ook mag ik niet laten wat nieuws te geven van onze kleine Simonne die reeds 7 à 8 weken straf ziek is. Nu is ze aan de betere hand en als er niets bijkomt is er hoop van te genezen.
Alice, miserie dat we gehad hebben er mede is ongelofelijk. Reeds 5 weken heeft Adeline nog in geen bed geslapen. Dag en nacht moet ze er bij zijn. Ook Simonne is zo ellendig dat ge ze niet meer zou herkennen.
Met ons gaat het zeer wel, ik ben dikwijls ziek maar ‘t is omdat ik nu de herbergen moet bekijken van buiten, maar ik ben het nu weer gewend. We zullen later wederom moeten leren drinken
Paul is ook in Frankrijk met Buyse’s wijf en de paarden. Ze zijn een ure boven Haezebrouck. De paarden hebben de kost voor het werk dat ze doen, misschien 3 fr. daags en Richard ging ook in het werk geraken.
Cyrille zijn slaapmaat is ook over 14 dagen berecht geweest, ik heb gemeend dat hij ging gaan zien naar de nunnen maar den duvel wilt niet doodgaan, hij zit reeds op, kan smooren en vloeken en goed klappen van de affaire. Nu, ‘t spreekwoord zegt kwaad zaad bederft niet.
Nu het is beter lachen dan krijsen maar als ge de vluchtelingen gaat bezoeken ‘t is maar dan dat ge ziet hoe groot het verdriet en de miserie bij de menschen komt “ ….








