TER INLEIDING


Deze 90 brieven zijn geschreven aan mijn moeder op de vlucht met haar ouders, broers en zussen diep in Frankrijk. Per geluk na moeders overlijden op zolder gevonden, werden ze ontrafeld, gelezen en herlezen, gesorteerd en verwerkt tot in een soms ontroerend verhaal in een niet meer te vergane digitale blog.

Het is het verhaal van mijn moeder als een 20 jarige dochter van “Pee” van de Roobaert ( 50 j. ) met zijn vrouw ( 45 j. ) , zijn dochter Marguerite ( 19j) en twee kleine kinderen Georges ( 4j) en Antoinette ( 2j.) Zoon Achiel , 16 jaar, werd opgeroepen in het leger en stierf aan de typhus opgelopen in de tranchés. ( Zie achiuelvandamme.blogspot.com ), Martha, 19 jaar was bij haar meester als dienstmeid gebleven en mee met haar patron op de vlucht in Duitsland. ;Vier jaar was zij lang zoek geraakt.

De brieven zijn niet van Alix maar zijn dikwijls antwoorden van brieven die zij heeft geschreven maar jammer genoeg bij de geadresseerde zijn gebleven.

De brievenschrijvers; soldaten, familieleden en vrienden uit de streek zijn treffende getuigen over de miserie , angst en het oorlogsgeweld met heel wat wensen op hoop naar vrede en terugkeer .

Volg dus geregeld deze blog: vluchtelingenpost.blogspot.com

maandag 11 januari 2021

Marie Vanmeenen: Niet te klagen van Theophiel

 October 1916

Alice,
Ik zie dat ge achter een palto (mantel) geweest zijt en achter schoenen.  Ik kan het wel geloven dat gij zoveel betaald hebt. Alles is om ter dierst. 

Zij vragen hier 7fr. voor een paar korte patinnen (kloefen) en 35 fr. voor een paar week mans schoenen.  IK heb nog niet anders moeten kopen voor mijn kinders dan elk een paar schoenen en voor de kleederen krijgen wij twee maal per jaar van de Comiteit Belgie die in Baeyeux is, dat is vijf uren van Coumont.

En van Theophiel moet ik niet klaagen van den laatste keer dat hij gekoomen heeft heeft hij mij nog 100 en 25fr gegeeven en het was vier maandezn dat hij niet meer gekoomen hadde en de andere keeren heeft hij mij altijd 50 tot 70 fr. aan mij gegeeven.                                                                                                  Hij wind nog veel geld met de soldaten te scheeren. Hij is overal geeren gezien. Hij heeft nog nieuwe scherzen ( scheermesjes ?)gehad van zijn almoezenier.

Alice, ik ben wel alleene met mijne kinderen maar ik zal met mijne iedele handen niet meer moeten weeder keeren. En ondergoed voor mij en de kinders en Theophiel heeft ik in niet te kort.
Ik ben wel alleene maar achter den oorlog zal ik wel bij alle man moogen gaan als ik mijne gezondheid mag behoeden want ik denk dat wij het slechtste nog moeten teegen koomen en ik peinze dat het zal zijn in gebrek aan eeten. 

Tranchées van Gheluveld, naar Gheluwe, Dadizele, Menen, Wervik


 Op 8 oktober 1916 schrijft Maria Vanmeenen van uit Caumont

Lieve vriendinne Alix,

Wij hebben oover 8 dagen een brief ontvangen van Petrus Coene en hij schrijft ons dat er daar een man toegekoomen is uit belgie die 9 maanden tranchees gemaakt heeft voor de duitschen en hij weg gevlucht  is al Holland en toegekoomen is in 't fransche. 

Gij weet waar dat de hofsteede staat van Jules Soen ten is maar de keuken die af geschooten is maar in de weide  err achter het of licht het vol met duitsche lijken begraven en al het vlasch en tabak hebben zij genoomen om in de tranchees.

Hij heeft altijd tranchees gemaakt van Gheluvelt naar de koelenberg en van daar   naar Gheluwe, Dadizeele en Meenen en Wervik. Als wij gaan weeder keeren zullen wij ons niet meer erkennen.          Zecht dien man: als de weegen en straeten zijn verhandert en den tram loopt nog tot aan den koelenberg en al de huizen en bosschen zijn al plat geschooten van Yper tot Dadizeele.

Alix ge kunt peinzen wat wij nogal zullen vinden als wij zullen weeder keeren.  Als wij nog eens moogen naar belgie gaan wat zullen wij moeten vertellen als wij bij elkander koomen wat wij al gezien hebben in ons ballingschap.

Beminde vriendinne, er stont geen naam op den brief van dien man die uit gekoomen is uit Holland maar als wij nog een brief hebben van Petrus Coene er zal mischien nog meer nieuws staan.  

  Wij hebben gezien in de Vlamsche gazette van zondag laatst dat er nog geen schade is van Dadizeele en Leedeghem naar Moorsleede, Passendaele en Becelaere en van Gheluwe stont er niet van in.

  Beminde vriendinne wanneer zullen wij nog ons huis weeder zien en zijn gelijk voor den oorlog, nooit meer nietwaar. Zij zullen maar staan van oorlogen als de menschen al dood zijn.


donderdag 7 januari 2021

Brief van vriend soldaat Vandelannoote



Ik was tevreden als ik zag dat het nog altijd goed gaat met heel de familie en bijzonderlijk met u niet waar. Gij zegt mij dat  Marttha bij u niet is dat zij in het Fransche gebleven is.Ik heb ook twee broers die bij de Duitsche zijn dat gij goed kent Henri en Georges en wij ook nog nooit geen nieuws

 Vader en moeder en Jeanneke en Arthur zijn in Tréport waar de burgemeester en Silveer Dirnez zijn.
Weet gij dat Richard Durnez weg is naar Honfleur om te gaan trouwen. Hij zal hem zeker smijten daar voor een dag of twaalf bij dat jong vrouwke. Ik zou in zijn plaats willen zijn want hier is niets te verkrijgen voor ons 't is nog erger of de prissonier. Nu Alix, dat het moest zijn dat  gij zou trouwen op het onverwachts, zeg het mij toch niet waar.

Brief van uit Watou van Jules Huyghe


Ik heb al twee keren geschreven en van u nooit iets gehad. Ik peins dat ge daar niet meer was. Wij zijn nog allen hier en Scheerlynks ook. Het gaat hier goed met ons en ge kunt geld winnen met het werk. Robert Myttenaere is nu boer op een hoeve voor hem en zijn zoon. Charel is soldaat en hoe is het met Achiel, nog geen soldaat ? En met Marguerite en de 2 kleine en met de ouders en heb je nog niets gehad van Martha ? Wij hebben ook nog niets gekregen van mijn zuster. Edemon Scheirynck is ook al soldaat.

Alix, de jongens van onze streek komen dikwijls naar Watou ik kan nog veel klappen met die mannen van bij ons.




 

Alix ik heb al dikwijls gehoord dat ge nooit thuis zijt, als ge schrijft zegt als het waar is of niet. Zegt ook aan uw ouders dat Bostijn waar wij geweest zijn nog in Poperinghe is en Cyriel ook soldaat is.

Jules Huyghe te Watou Belgie

woensdag 6 januari 2021

Typhus en slachtoffers in de grote oorlog te Geluwe en Beselare

Vrouw Maria Vanmeenen vriendin en gebuur op de Molenhoek te Geluwe schreef:

Alix,

Ik weet niet als gijder al weet dat er zooveel  van Becelaere dood zijn van de ziekte: Alida Desmet van den Oosthoek en meester Deleu en Maurice en Elizsa Samijn en de vrouw van Camiel Samyn  en Marie Calies die getrouwt is met Ernest Masschelein en haar kindje ook en de vrouw van Fleeters en de kleermaakster van Gardein van de Molenhoek en de dochter van Jan Beekaert en Loise en Martha Boestin van aan de herberg De Congo en Camiel Sensfeeres (?) en Charles Wostijn en zijne vrouw en Marguerite Herman en Camiel Degrave .

En de zoon van Jules Soete is ook al dood geschoten en Jules Deltour van bij ons huis is dood geschoten van de Duitsche omdat hij van zijn hof niet wilde gaan .                             En Theophiel Kotenie en Camiel Viliesch (?) zitten prisonnier in Duitschland. Zij hebben geschreven naar Paul Degryse achter geld en eeten.

Wij hebben ook vernomen van de broeder van Jean Bintein dat de typhus zo sterk in Gheluwe zijn. De man van Marie Vanmeenen is ook dood en zijn broeder ook die getrouwt is met de dochter van Charles den timmerman. 

Ik weet niet als gijder al weet dat Bruno Soens dood is en dat onnoozel kind ook en de vrouw van Petrus Verkinder is erg gekwest geweest in Yper en de knecht van d'hulsters is ook dood in Yper van een bomme en de vrouw van Lampaerts is ook dood en zijn twee dochters en de knecht van Charles Nuytten van de Gheluwe molenhoek en drie dochters van Charle Puypens van den Groenendael, deze zijn dood in het hospitaal van St Omer en de knecht van Engelbeens is ook dood van de typhus. Alice ge kent hem zeeker wel die te vrijen ging naar de dochter van August Vannoote.

Wij hebben hoover 8 dagen een brief ontvangen van uit St. André bij Rijssel van die menschen waar Irma is. Ziehier wat daar opstond in gedrukte letters. Wij zijn nog allen in goede gezondheid en Irma ook. Het is al van oktober dat het hier vol soldaten is maar het zijn Duitsche en alles is dier om te koopen.                                                                             Er heeft nog eenige weeken geweest dat wij bijna geen eeten konden krijgen met het geld in ons hand maar nu is alles goed rustig. Wij krijgen nu eeten van Amerika en wij hoorden schieten maar het is van verre. 

En Irma heeft al dikwijls brieven gezonden naar Beselaere maar nooit geen nieuws weeder ontvangen. Zij weet niet dat wij gevlucht zijn. 

Charles Desein van Terhand heeft ook nieuws gehad van zijn knechten die nog thuis zijn dat alles goed gaat op Gheluwe en Cyriel Herman van de molenhoek  is dood in Dadizele en Farielde Herman en Pieter ook in Dadizele bij hunne famille.                                                  En de kerke diend voor magazien en in Gheluwe de kerke diend voor paardenstal.

Het brood  die voor den oorlog verklocht was in  aan 35 centiemen Gheluwe is nu 2fr en de petrol 5 fr. de liter en den tabak ook 5 fr. de kilo.                                                                Myttenaere de melkboer van Gheluwe heeft al tabak gaan alen om te verkoopen aan de Duitsche soldaten.

En aan de tram die loopt van Dadizele naar Becelaere staan overal aan de groote roeten wegwijzers Berlin Paries. Als we moogen naar huis gaan wij zullen moeten kijken.

Aanvaard mijne beste vrienden de groeten van vrouw Vanmeenen en ook nog de groote complimenten  van vader en moeder en zusters en kinders. 

Tot later en een antwoort weeder. 

Ik peinze op mijn huis en mijn goed niet meer als Theophiel mag weeder keeren. Het is al wat ik vrage. Wij gaan dan een grooten drinken.



dinsdag 5 januari 2021

Dertien honderd doden en gekwetsten in Boezinge

 Brief van Maria Vanmeenen op 16 augustus 1016



Alice, ik heb van deezen morgen twee uren meede geweest met theofiel. Hij heeft moogen koomen voor tien dagen en nu is hij weeder naar het hospitaal voor nog eenige maanden.
Ik ben kontent dat hij nog niet naar het front moet gaan want zijn regiment ligt nu aan Boezinghe en in een maant zijn er van de tweede chasseurs dertienhondert dooden en gekwesten.



Theofiel heft een brief gekregen van de zoon van Alfons Talpe en hij heeft vernomen van Albert Demyttenaere dat de vrouw van Mijnheer Vuylsteke gaat weeder keeren nar Gheluwe en de vrouw van Jules Gheschiere van aan Terhand ook. Men schrijft dat er in Gheluwe nog geen gebrek is aan eeten maar in de steden is het veel slechter en is er geen brood en de menschen hebben geen land om aardappelen te planten en dat er andersins geen te krijgen zijn



Brief van een soldatenvriend


Robert Vandelannote schreef op 9 augustus 1916


Waar zou dat braaf en geestig meisje zijn waar wij zoo dikwijls een moment geklapt en gelachen hebben wanneer wij op ons beminde Becelaere waren en wij nu steeds zoolang van weg zijn, waar wij zoovele pleizierige dagen gepasseerd hebben en nu als ongelukkige rond gespreid zijn.




Alix,vergeef mij de stoutigheid van u te schrijven die ik denk aangenaam te zijn..
Alix, weet gij nog altijd als ik bij de naaimachien zat en dat gij zat te naaien en wij samen klapten en lachten...
Alix, ik heb al geblesseert geweest maar ik ben weederom al een jaar aan het front en dan is het dan dat Elie Soete dood geschoten is die ongelukkigaard


 

maandag 4 januari 2021

Over Theophiel Vanmeenen

 Mevrouw Vanmeenen schreef

Beste Alice iets hoover theophiel.                                                                                                                                      

Gijder heeft hem nog best gezien als gijder nog in Vlamertinghe  bij ons was. Hij heeft dan voort gegaan en ik heb nooit geen nieuws meer geweeten. Ik heb er tweemaal achter gaan zoeken,. Eerst naar Veurne en dan naar Dunkerke. Dat was tweemaal dat zijn regiment daar was maar Theophiel was daar niet te ziene en zijn cameraden zeiden dat hij weg was uit de trancheee  voor mij zegden zij hij is zeeker prisonier. ( Zij zegden aan mij: hij is zeker prisonnier)

Wij hebben dan nar Zwitserland geschreven naar het Roode Kruis. Ik hadde seffens antwoord weeder dat hij niet vindelijk was. Ik zegde teegen moeder: Theophiel is zeeker dood.

 En als wij in Calais waren in de school er waren daar gendarmes en ik vroeg al zij niet wisten waar dat er hospitaal waren met zieke soldaten en zij wisten van niet. Ik ben seffens naar de statie gegaan waar de soldaten toekwamen in het Roode Kruis

Ik heb daar gevraagt achter Theophiel Vanmeenen. De doktoor zegde teegen mij is dat uwen man en hij ging naar den schrijver met het adres van Theophiel. Ja zegde hij uwen man is hier in het hospitaal. Ziehier het adres van de strate. Ik ging er naar toe. Als ik daar kwam, ik vroege achter hem. De zuster zegde gij zal er moogen bijgaan voor vijf minuten. Ik zegde gaat hij mischien dood gaan. Neen zegde de zuster maar uwen man heeft den tryphus en het is gevaarlijk. Ik ging naar boven naar zijn zale. Alice ge kunt wel peinzen hoe wij alle twee moesten krieschen ( wenen) als wij elkander zagen. Ik herkende Theophiel niet meer, hij weegde maar 25 kilo meer. 

Hij heeft drie maanden in Calais geweest en twee maanden in het camp van richard (?) voor zijn gezondheid en dan heeft hij voor 7 dagen bij mij moogen koomen en dan is hij weeder moeten naar het front gaan en nu over 14 dagen heeft hij weeder moogen koomen voor 9 dagen. Hij was in Engelsche kleederen. Ze zijn nu aan De Panne voor een maand in repos.

Alice, gij zal zeeker ook nog een Onze Vader doen voor Theophiel omdat hij zouw moogen weeder keeren want als hij in de tranchees zit is hij maar 20 meeters van de duitsche. Ze zijn maar met 65 mannen meer van Theophiels klasse.

zondag 3 januari 2021

Verslag uit verblijf in Caumont.

Van uit Caumont schrijft Maria Vanmeene, gewezen buurvrouw. 

Caumont den 9 september 1915

Zeer lieve vrienden,

Wij zijn ten uitersten tevreden van uwen brief te ontvangen. Ik hadde al dikkes gezegd teegen moeder: waar zouw Jules Vandamme nu zijn. We hadden al dikkels gezegd: die menschen zijn zeeker vergaan op zee dat wij nooit van niemand kosten weeten waar gijder was.

Lieve vrienden, ik zal nu seffens onze tegenkomsten vertellen. Gij weet wel als wij tesamen aan de Roobaard woonden dat ik geen leugenaere was, als gijder van ons voort gegaan zijt van Vlamertinghe wij hebben eenen brief ontvangen. als gijder in Calais was en dan nooit geen nieuws meer. Wij hebben daar nog vijf weeken geweest in de ..... Het koste niet meer gaan. Als er iets weg was het was wijder die het gepakt hadden al van niet weeten. En dan zijn wij aan het tende ( op het eind) gegaan tot den 28e februari. En wij ziende dat den oorlog nooit veranderde zijn we naar Poperinghe naar de trein gegaan en van daar naar Calais.                                                                                                                                    Wij hebben in Calais vijf dagen in een groote school geweest en daar was het vol vluchtelingen en we zijn 's avonds naar den trein moeten gaan. Wij hebben een nacht en een dag op den trein moeten zitten en we zijn toegekomen in Bayeux waar wij nog een nacht hebben meteen blijven en dan 's morgens met de tram naar Caumont. Waar wij hier zijn wij zijn met drie famillie van Becelaere: Paul Deprez en Irene Nuyttens en wijder en een van Wervik en eens van Zillebeke, een van Ryssel en drie van Charleroi.

Beste vrienden, in het eerste dat wij hier waren, wij hadden maar 1fr.mar er heeft seffens klachte gedaan geweest bij de prefect en dan hebben wij ook 1,25 fr. gehad.

Ik kunne het ook niet genoeg vertellen wat voor een streek het hier is. Wij moeten hier niets anders drinken dan sieder  van onzen huismeester zooveel als wij maar drinken kunnnen maar het is  zoo goed niet of bier.

Beste vrienden, als wij hier toekwamen peinsden wij dat wij tenden de wereld waren. Ik heb nog nooit van mijn leven geen verarmoeder streeke gezien. Er zijn hier geen stooven. Zij doen hier niet anders dan vier maken met houd. Wij hebben ene heel maand niet anders gedaan dan houd gaan rapen naar de bossen. Ik en vader en Suzanne en Marguerite wij gingen bijna dood van de koude.

Het is nu al vier maanden dat wij allen in werke zijn: vader werkt bij de hovenier aan 7fr. daags en eeten, Marguerite is bij den boer aan 1fr daags en eeten en Suzanne is maarte bij een die vis verkoopt aan 35 fr. per maand en ik en moeder hebben niet anders gedaan of in het hooi moeten werken aan  1,25 fr per dag en eeten en de kinders hadden ook eeten. Het was bij den huismeester. het is een kasteelboer en wij moesten geen pacht betalen. Het zijn bijzonder brave menschen. Binnen vijf weeken gaan wij niet anders moeten doen dan sieder appels rapen.

Beste vrienden, als wij hier toekwamen, wij hadden bijna geen kleedren meer en wij hebben een bitje gehad van het een en het ander. Er gaan er alhier niet dood gaan van niet te geeven maar als wij kleedren noodig hebben, wij moeten naar Bayeux gaan , er is daar een belgisch magazien en wij mogen daar vragen wat wij noodig hebben en daarmee zijn wij al verbeterd in kleedren.

....

 

Van Russen, Australiers , Canadezen en ...bastaards

 

 Op zondag 30 april 1916 schreef  Maria Vanmeenen

Beste vrienden,

Ik meende dat ik u misdaan hadde omdat gij mij zoo lang wachte van weer te schrijven. Alice, wij hebben vandaag ook een brief ontvangen van Cyriel Soenen en zij zeggen dat er zoveel  russensche soldaten zullen toekomen en dat er al veel toegekomen zijn van Oostralie en ook veel canadeezen.

Als men dat al hoord men zou peinzen dat de wereld ten einde is. Alice, het is waar gelijk gij zegd wien hadde het een gedacht als zij allen binnen geroepen waren. Wij mochten wel denken dat zij in vier dagen gingen weeder zijn. Het zal vier jaar zijn voor deezen die nog leeven want eer het zal eindigen er zullen nog veel menschen hun leeven verliezen.

Alice, er zijn al drie dochters van Jules Samains die een klein gekocht hebben. Dat is de broeder van Oktavie Dewulf die aan de Keyberg woonde. er is daar een grote wasscherij op Dranouter waar het vrouwvolk wascht voor de engelsche.

Ik weet al een van Becelaere, die getrouwt is met eene engelsche soldaat ,de dochter van de herberg De Korte Keer

 Er zijn bijna geen ander meer of ze moeten een kleinen hebben. Alice, ik ben ook kontent dat wij in het fransche zijn want achter den oorlog zullen er maar weinig goede manieren meer zijn want het zullen al verbastadeerde  zijn  dat er is met engelsche fransche en belsche. 

Alice het is als madam Gryson schrijft wij hooren niet anders  van de jonge dochters. Er zullen geen andere meer weer keeren naar Becelaere.

vrijdag 1 januari 2021

Belgische vluchtelingenmissie in St. Omer

 Van uit St. Omer meldt Odile Lameire op 23 november 1915

Beste vrienden,

Gelijk ge op een van uw voorbije brieven gevraagd heeft naar ons portret profiteer ik er van om eene te zenden. Zoals ge ziet gaat het ons allen om ter gezondst.

Om over den oorlog te spreken is het spreken niet meer waard, alle dagen van langs om meer menschen dood. De menschen die nog woonden rond den Brandhoek tot in Vlamertinghe zijn verleden week alle moeten vluchten en voor mij in plaats van beteren, het verslechtert.

Er is hier een Belgische Missie en met den winter hebben ze zeer vele kleederen uitgedeeld. Ik voor mij heb eene schoone costume gehad voor den zondag, eene klak en eene sjerp. Adeline en moeder hebben bijna niets gehad..

Maandag laatst kwam ik een bende Becelaerenaers tegen in stad. Allen die kwamen zien voor kleedren.                                                                                                                            't Zij Jules Samain, Pirot Soete, boer Deleu van bij den Nachtegael, den baas van den Keiberg en zijn schoonzoon Storme, Charles Hollevoet (Oosthoek).Zegt dat ze keken als ze mij zagen met dien brouwers kamion.

Er is hier tot Wisque een soort gesticht van Belgische kinders op 6  km van St. Omer. Ik heb gaan zien en er de 2 jongste meisjes gevonden van Louise Cornette, ook 2 van Gheluwe en vele van Zonnebeke.  De jongens zijn daar toch zoo wel gedaan en wel gekleed.                     Mijne nichte van Gits die nonne is leert en verzorgt daar de jongens met nog 8 andere want er zijn meer dan 150 jongens. Ik was wel verwondert van haar daar te vinden. Ik wist niet waar zij was mijne nichte.

Ik ben altijd voort in de brouwerij en stel het zeer wel niettemin het begint winter te worden en dat brouwersknecht is dan eenen deerlijken stiel is.                                                       Maar wat wilt ge als we thuis waren we hadden beter leven dan de kasteelheren en nu slaven voor lange jaren. En al door dien grooten Duitschen dikkop. En voor mij daar niet veel aan denken en goede courage hebben is het beste. En ik twijfel niet of het met u ook alzo is.

De verleden week heb ik eenen brief ontvangen van Kuypers. Zij stellen het voort wel , alsook Armand Duthoi die nog altijd in Parijs is.

Uw toegenegen vriend Odile

Een certificaat voor mijn maat.

 

Soldaat kozijn Albert Verbeke schreef op 9 september 1915 van uit de Depot de Convalescents in Pourville bij Dieppe

 

" Beste nichte Alix,

Met deze laat ik u weten de staat van mijne gezondheid. Ik ben nog altijd in goede staat en verhoop van hunder allen het zelve.

Nu Nichte ik zal u nu iets vragen als het kan zijn wilt mij dat plijzier doen.

 Ik mag in kongee gaan naar mijn huis  maar ik weet nog niet wanneer en er is hier eene bij mij die zou geerne meekomen naar mijn huis maar men moet een certificaat hebben voor in kongee te gaan.                                                                                                              Ik heb een van mijn huis  en had diene  mensch eene koste hebben van u, ge zou mij en hem daar mee een groot plijzier doen. Hij zou dan ook mogen meekomen. En dan in het weerkeeren zouden wij ne keer naar uw huis komen.

Nu Nichte dat is een briefke van den burgemeester dat men moet hebben dat er daar famille of kennisse woont op die parochie.   

 Gij zout maar moeten vragen aan uw vader als hij dat zou willen doen voor mij. Ik zou liever met mijne maat komen dan alleen. Daarom vraag ik dat aan u en als het kan mijn Nichte doet dat plijzier voor dienen mensch .                                                                                                                                             

Ik zou wel schrijven naar mijn huis achter nog een maar ik heb er al twee get (gekregen).   Diene burgemeester zout altemee geen meer willen geven en alzo als ik een kan krijgen van u dan mag ik ook een keer u komen bezoeken.                                                                                                        

Dat is ne zekeren Jules Deman van Wervik. Hij heeft nog bij mij gewerkt aan de Leie en hij heeft ook geblesseert geweest en hij heeft geen famille ier in Frankrijk dat hij weet. En diene mensch zou ook geerne ne keer in kongee gaan. Alzoo zout hij kunnen in kongee gaan als ge dat wilt doen.

Nu Nichte ge moet weeten dat oorlog is en als ge ne mensch  kan alzoo een plijzier doen dat wij u dan ook kunnen een weeder dienst doen als het noodig is. Het is dan gelijk waarmee.

Nu beste Nichte zegt tegen uw vader als hij gaat naar den burgemeester dat hij maar moet zeggen dat Jules Deman famille is van hem. Hij zal dat wel krijgen en wij zijn dan alle twee op goe voet om in kongee te gaan en we zullen hulder heel ons leven geerne zien "  …..

donderdag 31 december 2020

Van bommen en granaten


Van uit St Omer schrijft vriend Odile Lamaire op 6 september 1915

Beste vrienden,

Ge zijt misschien verwondert dat wij weederom zoolang blijven van te schrijven maar tevergeefs vergeet het spreekwoord niet: geen nieuws is goed nieuws. En zoo is het ook met ons, wij zijn allen ten uitersten gezond. En stellen het voort wel.

‘k ben nog altijd in de brouwerij. Ik denk nu  moest Theophile Nuytten bij mij geweest zijn, we gingen toch lachen in ons verdriet.

We hebben van gedacht geweest te vertrekken voor enige weken. Te midden van de nacht kregen wij het bezoek van Duitsche vliegmachienen boven de stad. Ze hebben nogal veel bommen geworpen en vele schade gedaan en verschillige burgers gedood. Zelfs is er eene gevallen 3 huizen van waar wij wonen en het huis is gansch vernield. Ge kunt wel denken dat wij benauwd waren. De Engelsen hebben van ‘s anderen daags grote canons geplasseerd om ze te verjagen en sedert hebben we geen meer gezien. En alles is weederom gerust gelijk van te voren want het ware vreed nietwaar, reeds een jaar vluchten voor de bommen en nu nog dood geschoten worden.

Er is hier van langs om meer geweld van troepen surtout van Engelse troepen. Ze lossen hier alle weke 2 en 3 schepen gekwetsten. Zonder deze die komen met de autos en de treins, bijna allen van de kanten van Arras, La Bassée en van Yper. ‘t Is triestig om te zien uit die schepen halen, den eenen met een arm af, den andere met een been weg en al voor dien grooten Duitschen  moordenaar. Er is nu overal veel gevochten maar geen vooruitgang. ’t Is voor al de menschen dood en alles plat te branden.

Yper bestaat  niet meer en ze zijn nu bezig met Vlamertinghe, Poperinghe en al de andere gemeenten te beschieten. Ik heb ook vernomen dat de bovenkant van de plaats van Becelaere gansch afgebrand is. Het is Omer Bouchenooghe en Th. Stratsaert die het geschreven hebbben. Ze zijn in Bretagne tussen Parijs en waar gij woont.

Typhus in de streek met doden en zieken.

 

Van uit Abeele ontvingen zij  deze eerste brief van hun vriend  Odile Lameire

Abele 3 februari 1915

 Het heeft me zeer verwonderd te vernemen van Paul dat ge weg waart naar Frankrijk maar niettemin hebt ge nog een goed gedacht gemaakt want ik vind voor mij hoe langer alhier blijven hoe meer miserie.

 In drie weken is het volk van onze streken zeer verminderd, zowel rijk of arm

.

In Beselaere is den dokter met zijn vrouw en kinders weg van de eerste weken , ook Jules Casier en familie van bij de kerk, en bijna al de domestieken van de burgemeester .

 

De menschen hebben altijd courage en geld gehad tot nu toe en eens dat alles weg geraakt geven de menschen om niets meer. en laten ze zich gemakkelijk wegvoeren.

 

Alhier is bijna geen gemeente of de typhus bestaat onder de burgers gelijk onder de soldaten en velen sterven er van.                                                                                               Er zijn reeds vele menschen van Becelaere begraven: Paul Haverbeke en Charles Woestijn en zijn vrouw ( schoonouders van Ernest Dewulf) .

Deze zijn 17 uren verscheen ( na een) dood en dezelfde dag begraven.

In Vlamertinghe is er  Frans Desmedt van den Oosthoek, en van bij ’t onzent Hélène Denys (24 jaar), en Thérèse Buyse’s kind.  Theofiel Soenen is berecht geweest maar is nu aan de betere hand. 

 

Ook mag ik niet laten wat nieuws te geven van onze kleine Simonne die reeds 7 à 8 weken straf ziek is. Nu is ze aan de betere hand en als er niets bijkomt is er hoop van te genezen.

Alice, miserie dat we gehad hebben er mede is ongelofelijk. Reeds 5 weken heeft Adeline nog in geen bed geslapen. Dag en nacht moet ze er bij zijn.    Ook Simonne is zo ellendig dat ge ze niet meer zou herkennen.

 

Met ons gaat het zeer wel, ik ben dikwijls ziek maar ‘t is omdat ik nu  de herbergen moet bekijken van buiten, maar ik ben het nu weer gewend. We zullen later wederom moeten leren drinken

 

Paul is ook in Frankrijk met Buyse’s wijf en de paarden. Ze zijn een ure boven Haezebrouck. De paarden hebben de kost voor het werk dat ze doen, misschien 3 fr. daags en Richard ging ook in het werk geraken.

 

Cyrille zijn slaapmaat is ook over 14 dagen berecht geweest, ik heb gemeend dat hij ging gaan zien naar de nunnen maar den duvel wilt niet doodgaan, hij zit reeds op, kan smooren en vloeken en goed klappen van de affaire. Nu, ‘t spreekwoord zegt kwaad zaad bederft niet.

 

Nu het is beter lachen dan krijsen maar als ge  de vluchtelingen gaat bezoeken ‘t is maar dan dat ge ziet hoe groot het verdriet en de miserie bij de menschen komt “ ….

 

zondag 5 januari 2020

Zo was Mémé Platze in haar jonge tijd.



Tussen de brieven steekt deze door haar zelf in het klad geschreven  brief in het Nederlands naar de Franse zusters in Vertheuil. Het was  waarschijnlijk bedoeld om hem te doen vertalen en versturen..  Pépé en mémé zijn getrouwd op 14 februari 1920 en deze brief zou dus nadien geschreven zijn.   Zo schrijft mémé:   
                                                                       
Beminde zusters,
Gij zult zeer verwondert zijn geen nieuws van mij te hebben  ontvangen, geheel den zomer is bijna voorbij zonder niet het minste nieuws te geven. Voor mij is het niet schoon zoo lang te wachten, u geen nieuws te geven. Maar God weet dat ik u alle in mijne gebeden niet vergeet en ik u nooit zult vergeten.
Beminde zusters ,                                                                                                                                     Ik stelt het eerste klassen goed in mijn huwelijk. Ik hebt een braven man die in alles zijn betrouwen stelt op God en waar wij samen onze Goddelijke plichten kwijten het geen mijn grootste plijzier is.  Onze winkel gaat ten uiterste beste en in ons werk ook. Wij hebben deze zomer zeer wel geld gewonnen   Het leven is in België zeer kostelijk maar de daguren  zijn ten oosten (hoogste?). Alle werkmannen  winnen 250 fr. te ure, het geld heeft geen weerde. Ik denkt dat dit alles niet lang meer kan duren. Alhier is er soms gesproken van nogmaals oorloge hetgeen mij niet zouw verwonderen.

Beminde zusters,                                                                                                                               in België is er ook veel gebeden maar toch is het België verandert bij  vroeger maar surtou deze die in Frankrijk gevlucht geweest zijn, zijn al de slechtste,  wij moeten bidden voor hunder.
Wij zijn groot nieuws verwacht van Vertheuil zo gauw mogelijk.                                                       Hoe is het met de zusters en met soeur Marie en met al hunder beeste. Een weinige nieuws voor soeur Marie. Masseur hoe gaat het met de ? Zijn de vruchten goed gelukt en al uw bloemen en met al uw beeste. Is uw keuken nu al in het nieuw gedaan?  t is jammer dat het zoo verre is ik zouw u eens komen bezoeken met mijne man die u allen geeren zouw kennen maar t is ons  onmogelijk zoo verre.  Mijn schoonzuster ( tante Valentine Dierynck) is naar lourdes gekomen met den bedevaart. Zij gaat alle jaaren.

Soeur Marie,                                                                                                                                         kunt gij mij geen plijzier doen van mij witte konijnen vellen te zenden naar Tourcoing. Ik zou u ook een plijzier doen als gij iets begeert. Ik zouwt een fourure maaken voor mijn neveke Albert ( Albert Dewitte).                                                                                                                                                    Mijne man heeft 16 broeders en zusters waar er 5 van gestorven zijn, schuld van den oorloge en waar allen getrouwt zijn en laaten alle kinders achter. Er blijven nog twee dochters ongetrouwt, een die dient en de ander bij mijn schoonmoeder. De ander alle getrouwt en kinders. Zoo zouw ik wel weten voor wie een fourure maaken.

Beminde zusterMarie,                                                                                                                                in mijn huis is alles goed met vader en moeder, Martha en Margeurite en Antoinette.   Deze zijn alle in goede gezondheit en ook veel werk. Zij hebben de schoonste vruchten van Gheluwe. Al hunder land is kante en klaar. Marguerite werkt met de paarden gelijk vader. Zij is knecht thuis.

In een  ander kladbrief naar de zusters in Vertheuil met de potlood geschreven  schrijft zij wellicht om te doen vertalen lezen wij deze merkwaardige tekst: 

" .. met Antoinette gaat het geheel goed,  dikke vet. Zij komt de Zondag bij mij doorbrengen en somtijt in de weeke. Zij gaat naar de school, zij heeft al twee maal in de processie en was de schoonste. Het zal eene groote feeste zijn  in Gheluwe, de 2e zondag van October en zij zult moeten het portret dragen van de gesneuvelde soldaten.( Wellicht was dit een herdenkingsfeest aan de oudstrijders ?)

Soeur Marie,                                                                                                                                       houdt gij nog altijd duiven, mijne man is ook liefhebber van duiven. Het zijn voyageurs, wij hebben al verschillende keer prijs gespeelt. Wij hebben nu 5 coppels. 't Is jammer dat gij niet kan komen. Ik zou ne keer willen dat gij naar het front komt. Ik heeft ook bloemen maar voor alles weinig tijd om ze wel te bezorgen wat ik liefst zouw hebben dat gij mijne man kent.
Hoe is het met Marie en soeur ? Zijn ze bij u niet meer ? Ik heeft ook een brief en kaart gezonden en nooit geen antwoord maar ik heeft nog nooit naar M Landicke geschreven gezien ik getrouwt ben en ik durf niet meer.
Als ik hier in onze kapelle gaat denk ik nog altijd op hunder kapelle dat ik daar zooveel schoone gebeden gedaan heeft voor ouders broeders en zusters en voor mijn vaderland waar ik van God schoone dingen bekomen heeft die ik nooit zult vergeten.

Het is al het nieuws dat ik weet en verlang veel nieuws van u allen te ontvangen, zoo haast mogelijk, vergeef het mij dat ik zoo lang gewacht heb van te schrijven en met sr Gabriel hoop ik dat het voort wel gaat. Doet vele complementen aan al deze die ik kent.

De complimenten van vader, moeder en zusters die dagelijks voor u bidden. Vele kussen van ons allen
Albert  en Alix "

Jammer, deze brief is niet gedateerd maar moet blijkbaar eind 1920 of later geschreven zijn. Wetenswaardig ook dat pépé reeds toen al duivenmelker was.

donderdag 14 november 2019

Vrienden van Achiel aan het front



GGELUWNAREN EN VRIENDEN UIT DE STREEK AAN HET FRONT.
Soldaat Achiel Vandamme was aan het front zeer geïnteresseerd in zijn streekgenoten. In  heel wat brieven zoekt hij te corresponderen met  vrienden en kennissen die in de streek verblijven en gaat hij hen bezoeken tijdens zijn “repos aan het front”.Soms zijn het wellicht niet alleen miliciens maar ook vluchtelingen  in de streek.
   Zo: Emiel Vossens van Becelaere, Valeer Smyter, Jules Vossens van Gheluwe en een van Casteleyns van Beselaere, Richard Durnez, Sylveer Durnez, Omer Demyttenaere, Caùiel Scheerlynck
OOp 6 juli 1917 laat hij weten dat hij Valeer Smyter gezien heeft die zei dat Marcel getrouwd was.
OOp een vraag van zijn zus of er daar nog in de streek waren die hij kende antwoordt hij op 12 juli van uit Honfleur: “ Er is er hier een van Emiel Vossens van Becelaere, Jules Vossens van Gheluwe en een van Casteleyns van Beselaere”.
Honfleur 16/8/17  “ Nu Alice,, ik heb goed nieuws. Ik heb twee dagen congé gehad ‘s morgens tot ‘s avonds met Richard Durnez. Hij had het gevraagd aan mijn commandant. Gij mag geloven dat wij twee dagen op ons gemak gepasseerd hebben en veel plijsier gemaakt met zijn vrouw en zijn schoonzuster.
Op 2 oktober 1917 schrijft hij dat hij een brief kreeg van Richard Durnez die vele complimenten doet aan heel het gezin            Vandamme, dat hij dikwijls geschreven heeft maar geen antwoord kreeg. Hij zou er in “congé” komen bij zijn schoonzuster en dan zoude ze een of twee dagen “uitgaan”.
Van uit Quentin 15/1/18  schrijft hij  ".....nu Alice wat ik daar nu zie dat Richard  (?) daar in congé zal gaan ,ja dat zouw mij niet verwonderen dat ware om zijn karot te trekken ".
St Quentin 26/1/18   "...    ik heb goed uw kaart ontvangen van den 23e met den brief van Alfred (?)  en het adres van Sylver Durnez. Ja het is hier regen. Vandaag nog als ik zal geeten hebben ik zal direkt gaan.  ' k zal ook ne keer schrijven naar Alfred."                                                                                                                                                       Een paar dagen later is hij op bezoek bij Sylveer Durnez die niet thuis was en  bij Omer  Demyttenaere en Camiel Scheerlynck
Cyriel Capon.
Op 10 oktober schrijft hij dat hij een brief gekregen heeft van Daniel Lameere, de broer van Theodule. Hij was al een jaar aan het front en had het adres gekregen van Cyriel Capon.
Met hem heeft hij heel wat contacten. Op 12 februari 1918 schrijft hij: “ Ik ben hier gisterenavond toegekomen op het frond en ik was er maar een ure als Capon me kwam bezoeken. Hij is hier maar een alf ure van mij. Hij was zoo contant om mij te zien en ik ook. Wij hebben van 5 tot 8 uren samen geweest en vertelt. Maar hij is toch zoo verandert, hij is vet gelijke een otter. Nu, we zullen t’avond tegaar uitgaan.Wij zullen wederom bij malkander zijn maar ik weet nog niet juist als ik t’avond zal kunnen uitgaan want ik zal meschien naar de “tranchee” gaan. Maar als ik niet moet gaan zal ik er bij zijn.”
Frond  9/5/18  "  ik ben reeds seder 5 dagen in den tranchee en voor nu heb ik nog geen tijd gehad om te schrijven . Nu ik had vandaag niet te doen en ik heb naar Capon geweest maar zij zijn weg in groot repos, meschien voor een maand of meer en wij zullen zeker ook allicht in repos gaan maar ik weet noch niet wanneer en daarmee heb ik Capon niet gezien. 'K zal ook ne keer naar hem schrijven en ne keer de complimenten doen."
Verder schrijft hij: “ Ik zie dat mijn geld niet zeere komt en heb al 5frank gekregen van Capon om tabac te kopen voor vader”.
Daniel  Larnout, Jules van Kot van de Molenhoek, Sylveer van den ast van Becelaere, Goemaere
“ Ik ben nu alle avond bij Capon. k’heb gister avond bij Daniel Larnout geweest. Hij is ook veel veranderd. ‘k Heb ook bij Jules van kot van den molenhoek, het is geheel zijn vader. Hij is toch zeer verhouderd..  De complimenten van Capon, ook van Silver van den ast van Becelaere en die ne Goemaere dat dan geschreven had op den brief en nu nog van een ander van Veurne die naamt Prosper Vandewoude”.